|  

Neurologie wacht veertien weken, chirurgie vier. Wat zegt dat over capaciteitssturing?

De wachttijden in de medisch specialistische zorg blijven oplopen, maar de verschillen tussen specialismen zijn opvallend groot. Waar patiënten voor neurologie gemiddeld veertien weken wachten, blijft chirurgie rond de vier weken. Dat blijkt uit recente cijfers van Kompas in Zorg, gedeeld via Skipr. De verschillen roepen een belangrijke vraag op: hoe kan het dat sommige specialismen er beter in slagen de toegankelijkheid van zorg op peil te houden?

Personeelstekorten spelen hierin zonder twijfel een belangrijke rol. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat capaciteit alleen niet het hele verhaal vertelt. De manier waarop capaciteit wordt georganiseerd, gepland en benut heeft minstens zoveel invloed op wachttijden als de hoeveelheid beschikbare uren of medewerkers.

Verschillen tussen specialismen zijn niet één-op-één vergelijkbaar

Dat betekent niet dat neurologie simpelweg efficiënter zou moeten werken. Specialismen verschillen fundamenteel van elkaar. Neurologische zorg kent vaak complexere trajecten, langere consulten en een grotere afhankelijkheid van aanvullende diagnostiek. Chirurgie werkt juist vaker met planbare zorgpaden en gestandaardiseerde processen rondom de operatiekamer.

Juist daardoor wordt zichtbaar hoeveel invloed procesinrichting en capaciteitssturing kunnen hebben op de uiteindelijke toegankelijkheid van zorg. De verschillen in wachttijd laten zien dat niet alleen de beschikbare capaciteit bepalend is, maar ook de manier waarop die capaciteit wordt ingezet.

Beschikbare capaciteit is niet altijd optimaal benut

In veel ziekenhuizen wordt capaciteitsdruk nog vooral ervaren als een tekort aan mensen, OK-tijd of beschikbare spreekuren. In de praktijk blijkt echter regelmatig dat beschikbare capaciteit niet volledig benut wordt. Operaties worden laat geannuleerd, planningen sluiten niet goed aan op de werkelijke zorgvraag en verschillen tussen teams of locaties blijven lang onzichtbaar. Daardoor ontstaat inefficiëntie, terwijl de druk op wachttijden verder toeneemt.

Organisaties die actief sturen op benutting, voorspelbaarheid en planning slagen er vaker in om beschikbare capaciteit effectiever in te zetten. Niet door medewerkers harder te laten werken, maar door processen slimmer in te richten en sneller bij te sturen wanneer afwijkingen ontstaan.

Van data naar concrete stuurinformatie

Daarvoor is betrouwbare stuurinformatie essentieel. Veel ziekenhuizen beschikken over grote hoeveelheden data, maar benutten die nog beperkt in de dagelijkse operatie. De uitdaging zit steeds minder in het verzamelen van gegevens en steeds meer in het vertalen ervan naar concrete keuzes.

Waar ontstaat structurele onderbenutting? Welke sessies leveren daadwerkelijk productie op? Waar wijkt de planning structureel af van de realiteit? Pas wanneer die inzichten continu beschikbaar zijn, ontstaat er ruimte om wachttijden gericht terug te dringen en capaciteit beter te verdelen.

Toegankelijkheid vraagt om meer dan extra capaciteit

De druk op de zorg zal de komende jaren verder toenemen. Extra personeel aantrekken blijft belangrijk, maar het alleen uitbreiden van capaciteit zal waarschijnlijk niet voldoende zijn om de toegankelijkheid van zorg structureel te verbeteren. De verschillen tussen specialismen laten zien dat ook de manier van organiseren en sturen bepalend is voor het resultaat.

Juist daarom groeit binnen ziekenhuizen de aandacht voor capaciteitsmanagement en datagedreven sturing. Niet als doel op zich, maar als noodzakelijke stap om met dezelfde middelen meer grip te krijgen op toegankelijkheid, doorlooptijden en benutting van zorgcapaciteit.

Bron: Kompas in Zorg via Skipr, 17 april 2026 – Wachttijden overal te lang, behalve bij chirurgen


Meer weten over capaciteitsmanagement in de OK?

In het e-book Efficienter OK-management door betere zorgregistratie lees je hoe ziekenhuizen hun operatiecapaciteit beter benutten en wachttijden structureel verkorten.

Download het e-book

Terug naar inspiratie-overzicht